Valbeveiligingsmiddelen


EKH (Erkende Keurbedrijven Hijs- en Hefmiddelen) heeft als doel om het veiligheidsniveau op het gebied van hijs- en hefmiddelen op een zo hoog mogelijk niveau te brengen. Daarom brengen we u middels deze informatiepagina graag op de hoogte van diverse aspecten die van belang zijn voor zowel de nieuwlevering alsook de periodieke inspectie van valbeveiligingsmiddelen.  
 

Wat zijn valbeveiligingsmiddelen?

Valbeveiligingsmiddelen vallen onder persoonlijke beschermingsmiddelen (ook wel pbm genoemd). Hieronder valt iedere uitrusting, accessoire of aanvulling die bestemd is om door werknemers gedragen of vastgehouden te worden om hem of haar te beschermen tegen veiligheids- of gezondheidsgevaren op het werk (met uitzondering van normale werkkleding, uniformen, sportuitrusting, zelfverdedigings- of afschrikkingsmateriaal en draagbare apparaten voor het opsporen en signaleren van gevaren en belastingsfactoren).  
 

Europese Richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen

Sinds 1 april 2018 is de nieuwe Europese Richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen 89/686/EEG van kracht. Omdat valbeveiligingsmiddelen dus onder persoonlijke beschermingsmiddelen vallen, geldt deze richtlijn ook in dit geval. Eén van de consequenties hiervan is dat de aansprakelijkheid die eerder beperkt bleef tot de fabrikant, nu is uitgebreid tot de importeurs en distributeurs. Verder geldt de eis dat de belasting die bij een val ontstaat, beneden de 600 kilogram moet blijven.  
 

Gebruiksaanwijzing valbeveiligingsmiddelen

Voor alle pbm’s - dus ook voor valbeveiligingsmiddelen - geldt dat er een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing aanwezig moet zijn. Ook het onderhoudsdocument moet volledige informatie bevatten, zoals:
  • Productaanduiding;
  • Naam en adres van fabrikant of leverancier;
  • Serienummer en/of lotnummer van de fabrikant;
  • Jaar van productie (en zo mogelijk ook de maand);
  • Datum van aanschaf;
  • Aanwijzing over de verplichte jaarlijkse inspectie conform;
  • Ruimte voor opmerkingen bij inspecties;
  • En aanduiding wanneer de eerstvolgende jaarlijkse inspectie uiterlijk moet gebeuren.
Een kanttekening is dat in de praktijk niet van iedere losse karabijnhaak of sluiting een apart protocol wordt bijgehouden. Ook hebben ze niet altijd een serie- of lotnummer vanuit de fabriek. Hoe kunt u zich dan toch aan bovenstaande eis houden? Als eigenaar of gebruiker dient u zelf een besluit te nemen over eventuele aanvullende identificatie van de valbeveiligingsmiddelen én over de manier waarop u dit in het systeem onderbrengt.  
 

Markeringen van valbeveiligingsmiddelen

Niet alleen in het onderhoudsdocument dient voldoende informatie te staan. Ook het persoonlijke beschermingsmiddel (en de losse componenten) zelf moet namelijk traceerbaar zijn. Dit kunt u bereiken door op ieder middel de volgende informatie te vermelden:
  • Aanduiding fabrikant en/of leverancier;
  • Typeaanduiding, bijvoorbeeld: harnas N-300-S;
  • Een CE-merkteken dat duidelijk zichtbaar is, met daarbij het verwijzingsnummer van de notified body die de tests voor de toelating heeft bericht. Voorbeeld: CE-123;
  • De Europese norm waaronder het product vervaardigd is;
  • Het jaar (verplicht) en de maand (uitdrukkelijk aanbevolen) van productie;
  • Het serienummer van de fabrikant;
  • De inspectie-sticker (die aangeeft wanneer de eerstvolgende inspectie moet gebeuren);
  • Inslag van het unieke nummer op een plaatje of label, en nooit op het product zelf. Maak dit vast op een plek waar het nooit in de weg zit of risico oplevert. Eventueel kunt u dit doen door een plaatje met manchet om een van de banden van een harnas te stikken (let op: eromheen stikken, niet eraan vast).
Beïnvloedt het persoonlijke beschermmiddel de gezondheid en/of veiligheid, dan dient hij van bij voorkeur geharmoniseerde pictogrammen voorzien te worden.
Overigens hebben karabijnhaken in de praktijk vaak geen serienummer. U kunt daarom het best de door de fabrikant aangebrachte merken overnemen op het certificaat.  
 

Beproevingen van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm)

EN-364 is de norm die beproevingen voorschrijft. Beproevingen gebeuren enkel door de notified body voor de toelating op de markt, waardoor beproevingen van andere partijen geen status hebben. Oftewel: je hoeft persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de jaarlijkse keuring niet te beproeven. Wanneer er geen gegevens van identificatie aanwezig zijn, mag je de pbm niet goedkeuren, in de handel brengen of aan personen in gebruik geven.  
 

Inspectie van valbeveiligingsmiddelen

Het centrale aanknopingspunt voor de inspectie van persoonlijke beschermingsmiddelen is de Europese norm NEN-EN 365. Dit zijn de drie belangrijkste aspecten die daaruit voortvloeien:
  • Ieder systeem of ieder zelfstandig te gebruiken component moet traceerbaar zijn aan de hand van een serienummer of batch-/lotnummer van de fabrikant;
  • Inspecties op alles wat met persoonlijke valbescherming te maken heeft, moeten minimaal eens per 12 maanden plaatsvinden;
  • Volgens de Europese norm NEN-EN-365 mag enkel een deskundige die door de fabrikant geautoriseerd is, specialistische valbeveiligingsmiddelen die bij een inspectie verplicht geopend moeten worden inspecteren. Indien door de fabrikant voorgeschreven, dient er ook onderhoud gepleegd te worden. Bij eenvoudige pbm’s mag een aantoonbaar bekwaam persoon de middelen inspecteren.
EKH stelt echter dat een persoon zich deskundig mag noemen indien deze minimaal een producttraining bij tenminste één fabrikant of specialistische leverancier heeft gevolgd. Ook moet deze persoon aantoonbaar kunnen maken dat zijn kennis wordt onderhouden, bijvoorbeeld door regelmatige opfristrainingen te volgen. Dit stellen wij, omdat het verkrijgen van autorisatie voor alle merken van de eenvoudige pbm’s in de praktijk niet als haalbaar wordt gezien.

Valbeveiligingsapparatuur wordt bij inspecties niet beproefd, maar alleen visueel geïnspecteerd en op het functioneren beoordeeld. Bij twijfel dient het materiaal daarom altijd afgekeurd te worden. Wanneer een middel niet compleet is, niet goed zal functioneren of niet van de juiste kwaliteit is, dient u hiervan melding te maken en dit vast te leggen.
 

Vervangingstermijnen

Er zijn geen strikte vervangingstermijnen vastgelegd in wetten of normen. Dit wordt dus door iedere fabrikant bepaalt en voorgeschreven per product. Dit kan verschillen van 3 tot soms meer dan 10 jaar. Deze termijn is leidend.

Na een val moeten lijnen en bandmateriaal, harnassen, bandvaldempers, metalen beslag en karabijnhaken en valblokken direct buiten gebruik worden gesteld en deze dienen te worden vervangen. In het geval van valblokken moeten deze ter keuring worden aangeboden aan een geautoriseerde partij.

 
ARTIKEL DELEN