Wetgeving machineveiligheid - EKH

Wetgeving machineveiligheid

wettelijke-teksten-EKH

Bij het ontwerpen, leveren en gebruiken van hijs- en hefmiddelen gelden uitgebreide veiligheids- en kwaliteitseisen. Deze komen voort uit Europese richtlijnen die in Nederland zijn vertaald naar nationale wetgeving. Op deze pagina leest u welke richtlijnen en bepalingen van toepassing zijn, voor wie ze bedoeld zijn en wat dit betekent voor fabrikanten, gebruikers en keurmeesters.

1. Europese Richtlijnen

1.1 Machinerichtlijn (2006/42/EG)

De Europese machineregelgeving is sinds 1 januari 1995 verplicht van toepassing. De huidige Machinerichtlijn (2006/42/EG) is van toepassing sinds 29 december 2009. Machines en hijsgereedschappen moeten bij het voor het eerst in de handel brengen of in bedrijf stellen voldoen aan de regelgeving die op dat moment van toepassing is.

De richtlijn stelt minimale veiligheidseisen aan machines, hijs- en hefmiddelen en componenten die binnen de Europese Economische Ruimte worden verkocht of gebruikt. Daarom richt de Machinerichtlijn zich primair op fabrikanten en importeurs. De richtlijn geeft hen sterkte- en constructievoorschriften, die een veilig gebruik zo veel mogelijk garanderen. 

Doel van de Machinerichtlijn

  • Voorkomen van gevaarlijke situaties door constructieve eisen
  • Waarborgen van veilig ontwerp en fabricage
  • Garanderen dat machines veilig in gebruik kunnen worden genomen

Deze richtlijn omvat de volgende producten:

  • Machines
  • Verwisselbare uitrustingsstukken
  • Veiligheidscomponenten
  • Hijs- en hefgereedschappen
  • Kettingen, kabels en banden ontworpen voor hijstoepassingen
  • Verwijderbare mechanische overbrengingen
  • Niet-voltooide machines

De Machinerichtlijn (2006/42/EG) hanteert de volgende definities voor machines:

  • Machine: een samenstel, voorzien van of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem, maar niet op basis van rechtstreeks gebruikte menselijke of dierlijke spierkracht, van onderling verboden onderdelen of componenten waarvan er ten minste één kan bewegen en die samengevoegd worden voor een bepaalde toepassing;
  • Verwisselbaar uitrustingsstuk: een inrichting die na inbedrijfstelling van een machine of trekker door de bediener zelf hieraan wordt gekoppeld om deze een andere of bijkomende functie te geven, voor zover dit uitrustingsstuk geen gereedschap is;
  • Veiligheidscomponent: een component met een veiligheidsfunctie die afzonderlijk in de handel wordt gebracht, waarvan het niet en/of verkeerd functioneren de veiligheid van personen in gevaar brengt en die niet nodig is voor de werking van de machine of die door gewone componenten kan worden vervangen om de machine te doen werken.
  • Niet-voltooide machine: is een product dat pas samen met andere onderdelen een complete machine vormt. Dus geen eindproduct op zichzelf.

Ook machines voor het heffen van lasten die uitsluitend rechtstreeks door menselijke spierkracht worden aangedreven, vallen onder de definitie van machine. Denk bijvoorbeeld aan een handbediende takel.

1.2 CE-markering bij voldoen aan de richtlijnen

Wanneer een machine voldoet aan de essentiële eisen van de Machinerichtlijn, mag deze worden voorzien van de juiste markeringen en verklaringen. Daardoor kunnen producten vrij worden verhandeld binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
De verantwoordelijkheid voor naleving en administratieve verplichtingen ligt bij de fabrikant of importeur. Zij moeten onder andere zorgen voor:

  • een technisch dossier (minimaal 10 jaar bewaren)
  • een correcte gebruiksaanwijzing
  • volledige en juiste documentatie

Indien hieraan is voldaan, kan het product worden voorzien van een CE-markering en een fabrikantenverklaring (EG-verklaring van overeenstemming, model IIA of IIB). Hierdoor kan de machine zonder verdere belemmeringen binnen de EER worden verkocht en gebruikt. De markeringen en fabrikantenverklaring staan hieronder nog eens uitgelegd.

1.3 CE IIA – verklaring voor voltooide machines

Voltooide machines die binnen het toepassingsgebied van de Machinerichtlijn vallen, moeten worden geleverd met een EG-verklaring van overeenstemming.
De inhoud van deze verklaring is vastgelegd in bijlage IIA van de Machinerichtlijn.
In de praktijk wordt deze verklaring ook wel de IIA-verklaring genoemd.

1.4 CE IIB – verklaring voor niet-voltooide machines

Niet-voltooide machines voldoen doorgaans niet, of slechts gedeeltelijk, aan de volledige eisen van de Machinerichtlijn.

Wanneer deze machines bestemd zijn om te worden ingebouwd of samengebouwd met andere machines of onderdelen, mogen zij in de handel worden gebracht, mits aan de daarvoor geldende verplichtingen is voldaan. Zij moeten onder andere worden geleverd met een inbouwverklaring voor niet-voltooide machines en een montagehandleiding.

De inhoud van deze verklaring is te vinden in bijlage II, deel 1 B van de Machinerichtlijn. De verklaring wordt daarom meestal aangeduid als de IIB-verklaring.

De niet-voltooide machine mag pas in bedrijf worden gesteld nadat is vastgesteld dat de uiteindelijke machine waarin zij wordt ingebouwd aan de Machinerichtlijn voldoet. De fabrikant van die uiteindelijke machine is verantwoordelijk voor de conformiteitsbeoordeling, CE-markering en EG-verklaring van overeenstemming van het geheel.

1.5 CE en wijzigingen aan machines

Een eigenaar kan besluiten een machine te wijzigen of aan te passen.
Wanneer de impact van deze wijziging ertoe leidt dat niet langer wordt voldaan aan de essentiële eisen van de Machinerichtlijn, mag de machine niet worden gebruikt.

Om de machine toch weer rechtmatig in gebruik te nemen, moet de eigenaar ervoor zorgen dat deze opnieuw voldoet aan de eisen. Dit betekent onder andere:

  • het uitvoeren van een Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) gericht op de wijziging
  • het aanvullen van het Technisch Constructie Dossier
  • het aanpassen van de gebruikshandleiding, indien van toepassing

Pas wanneer deze stappen zijn doorlopen en de machine weer aan de essentiële eisen voldoet, mag zij opnieuw worden ingezet.

1.6 Machineverordening vanaf 20 januari 2027

Vanaf 20 januari 2027 wordt de Machinerichtlijn (2006/42/EG) vervangen door de Machineverordening (EU) 2023/1230. De verordening is rechtstreeks van toepassing in de Europese lidstaten.

Voor machines die vanaf die datum voor het eerst in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld, gelden de eisen van de Machineverordening. Voor producten die vóór die datum overeenkomstig de Machinerichtlijn in de handel zijn gebracht, geldt overgangsrecht. Bestaande machines hoeven dus niet uitsluitend vanwege deze overgang opnieuw van CE-markering te worden voorzien.

Met de Machinerichtlijn weet u waar een veilige machine aan moet voldoen wanneer deze op de markt komt. In de praktijk sluit dit aan op de regels voor veilig gebruik uit de Arbeidsmiddelenrichtlijn en de Arbowet. Op de pagina Wetgeving arbeidsmiddelen leest u daar meer over.  

Wetgeving arbeidsmiddelen

Vragen over de wetgeving arbeidsmiddelen


Wilt u zeker weten dat u goed zit, dan helpen EKH en een van onze aangesloten leden u graag verder.

Neem contact op