Wetgeving arbeidsmiddelen
Bij het gebruik van hijs- en hefmiddelen gelden wettelijke eisen die ervoor zorgen dat apparatuur gedurende de hele levensduur veilig kan worden ingezet. Deze verplichtingen volgen uit Europese en Nederlandse regelgeving en richten zich niet op de fabrikant, maar op degene die de middelen gebruikt of beschikbaar stelt.
Op deze pagina leest u welke regels daarbij horen: van de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen tot de Arbowet en het Arbobesluit. Zo wordt duidelijk wat er van werkgevers, eigenaren en gebruikers wordt verwacht om hijs- en hefmiddelen veilig te gebruiken, onderhouden en keuren.
1. Richtlijn Arbeidsmiddelen (89/655/EEG)
Waar de Machinerichtlijn zich richt op fabrikanten en importeurs, richt de Richtlijn Arbeidsmiddelen zich op degene die de machine gebruikt of verantwoordelijk is voor het veilig gebruik daarvan. Dit is in de praktijk vrijwel altijd de werkgever of eigenaar van het arbeidsmiddel.
Deze richtlijn:
- regelt de veilige toepassing van arbeidsmiddelen
- legt verantwoordelijkheden neer bij de werkgever/gebruiker
- vereist instructie, toezicht, inspectie en onderhoud
- zorgt dat machines gedurende de héle levensduur veilig blijven functioneren
De richtlijn is ingevoerd om te waarborgen dat alle Europese lidstaten een gelijk niveau van veiligheidszorg handhaven. Dat betekent dat landen verplicht zijn nationale regels op te stellen die toezien op veilig gebruik, periodieke keuringen en passend onderhoud van arbeidsmiddelen.
De verplichtingen uit deze richtlijn liggen bij de werkgever of eigenaar. Die moet onder andere:
- zorgen voor veilige en geschikte arbeidsmiddelen
- toezicht houden op correct en veilig gebruik
- gebruikers instrueren en opleiden
- onderhoud en periodieke keuring laten uitvoeren
De Richtlijn Arbeidsmiddelen vormt daarmee de basis voor nationale wet- en regelgeving rondom veilig werken met machines en gereedschappen op de werkvloer.
2. Nederlandse wetgeving veilig en gezond werken
2.1 Arbowet
De Arbowet vormt het fundament van de Nederlandse arbozorg.
In deze kaderwet staan de algemene verplichtingen voor alle situaties waarin arbeid wordt verricht — dus ook bij verenigingen, stichtingen en incidenteel werk.
Omdat het een kaderwet is, bevat zij geen gedetailleerde voorschriften. In plaats daarvan verwijst de Arbowet naar het Arbobesluit en de Arboregeling, waarin specifieke verplichtingen verder zijn uitgewerkt. De volledige, actuele tekst van de Arbowet is te vinden via de website van de Rijksoverheid.
2.2 Arbobesluit
Het Arbobesluit is een praktische uitwerking van de Arbowet.
Hierin staan de regels en verplichtingen die werkgevers én werknemers moeten volgen om arbeidsrisico’s te voorkomen of te beperken. Deze regels zijn wettelijk verplicht.
In het Arbobesluit zijn de minimumvoorschriften uit de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen opgenomen. Dat betekent dat alle arbeidsmiddelen in Nederland aan deze eisen moeten voldoen, zowel bij aanschaf als tijdens gebruik.
Voor hijs- en hefmiddelen zijn met name relevant:
- art. 7.2 en 7.3 → voorwaarden voor aanschaf en ter beschikking stellen
- art. 7.4a, 7.18, 7.18a, 7.20 en 7.29 → gebruik, risico’s beperken, onderhoud en keuring
Daarnaast bevat het Arbobesluit aanvullende of afwijkende regels voor specifieke sectoren en categorieën werknemers. Ook hiervan is de volledige tekst beschikbaar op de website van de Rijksoverheid.
Met deze regels weet u wat er nodig is om hijs- en hefmiddelen veilig te gebruiken, onderhouden en beschikbaar te stellen tijdens de dagelijkse praktijk. Samen vormen deze verplichtingen het vervolg op de wetgeving machineveiligheid. Machinerichtlijn voor het veilig op de markt brengen van machines.
Vragen over de wetgeving arbeidsmiddelen
Heeft u vragen of wilt u hulp bij de uitvoering, dan staan EKH en een van onze aangesloten leden voor u klaar.